![]() |
| .ABOUT MARTINE STIG | .series .biography .links .contact .publications .home |
| . << back |
Voorbij is het moment foto’s van Martine Stig Jurriaan Benschop Op een leeg en grijs plein is een fotograaf bezig een groepsportret te maken. Mannen in pakken, dames in witte blouses. Netjes opgesteld, de tweede en derde rij iets hoger op een bankje, zodat ieder met zijn gezicht goed op de foto komt. Achter de groep is een groot paleis te zien. Dat zal straks de achtergrond zijn waartegen de geportetteerden zich terugzien. Groepsfoto voor paleis. Het tafereel werd vastgelegd door Martine Stig tijdens een reis door Noord-Korea. Enerzijds toont de foto wat iedere toerist in Noord-Korea vastlegt, namelijk het paleis van de grote leider. Anderzijds verraadt de uitsnede dat de fotograaf niet het paleis het belangrijkst vond, maar dat vooral het maken van de groepsfoto haar aandacht trok. Ze legde vast hoe mensen worden vastgelegd. De foto raakt daarmee een kern van de benadering die Martine Stig als fotograaf kiest. Zij neemt foto's van mensen en straattaferelen, maar tegelijk zet ze de fotografie zelf te kijk. Het werk van Martine Stig doet denken over de vraag op welke wijze het fotografische kijken deel van het alledaagse kijken is geworden, daarmee verweven is geraakt. De foto's van toeristen die in Noord-Korea zijn geweest, zijn allemaal eender. Dat komt omdat de regering voorschrijft wat er gefotografeerd mag worden en wat niet. De hoek, het uitzicht, het onderwerp, alles is vooraf bepaald. Alleen het weer kan per foto verschillen. Je ziet wat de regering wil dat je ziet. Wie daar met de camera van afwijkt, kijkt verboden terrein in. Waarom nog een foto nemen als je weet dat iedereen dezelfde neemt? Als je weet dat het een beknot beeld is, een platgetreden kijkpad? In het geval van Martine Stig voegt het een wat absurde benadering toe aan de verschillende hoedanigheden van de fotografie die ze in haar werk laat zien. De fotograaf werkt in series. En elke serie doet op een andere manier nadenken over de rol en werking van fotografie in het leven van mensen. Ook in de serie After komt het auteurschap op de helling te staan. Hierin is steeds een paar te zien, man en vrouw, dat zich voor een gereedstaande camera heeft vastgelegd met de zelfontspanner. In dit geval is Martine Stig de autoriteit die het standpunt, de achtergrond en het uitzicht vooraf heeft bepaald. Zij regisseerde vooraf de foto's, die haar modellen hebben afgemaakt. De reden dat niet de fotograaf dat deed ligt in de intimiteit van het moment. De mensen verschijnen voor de camera kort nadat ze het gedaan hebben. Een hemdje of shirtje aangetrokken, dat nog wel, maar niet langer gewacht. Want de opdracht was om een foto te nemen kort nadat ze de liefde hadden bedreven. Het moment erna, na de seks, daar ging het om. Wat is er in dit 'erna' te zien van het 'ervoor'? Wat zich in de serie toont is het moment dat de buitenwereld binnendringt in de ogen van de geliefden. De voorheen vrijenden staan op de drempel tussen hun privé-bestaan in bed en een publiek bestaan op de foto, op zaal, in dit boek. Tussen ongezien zijn en bekeken worden. Wie zich zo laat fotograferen moet ermee rekenen dat zijn beeld zich vermenigvuldigt, het publieke domein ingaat. Tijd om het kapsel in orde te brengen is er niet, in plaats daarvan een wat verwilderde blik, iets van schrik, argwaan, een vraagteken, het zoeken naar een pose. Dit is spannend, gedurfd en tegelijk ziet het er behoorlijk ongemakkelijk uit. Het licht is hard en toont veel, maar niet de sfeer waarin de koppels net nog samen waren. Daarvoor lijken de foto's te veel op elkaar. Met seks heeft het weinig te maken. De foto rukt de partners daaruit los en toont in plaats daarvan een voorspel op hun fotografische evenbeeld. Terug in het tegenlicht van het zelfbewustzijn. Op de gezichten is het effect te lezen dat de fotografie op een mens heeft. De lens klapt open, de mens valt dicht. Zo lijkt het toch te werken, hoe geoefend die mens zich ook waant in het poseren. Het is slechts weinigen gegeven om voor het oog van de lens voluit zichzelf te blijven. Wat bezielt dan deze mensen om zich zo te kijk te laten zetten? Ondanks het ongemak hebben ze ingestemd om mee te doen aan de serie en wordt de huisdeur geopend voor de anonieme kijker. Kennelijk belooft de fotografie iets dat opweegt tegen het ongemak dat hier overwonnen moest worden. Het kan niet anders dan dat de modellen geloven in de kracht van fotografie, en zelf ook kijkers zijn. Naar deze foto zouden ook zij willen kijken, misschien om iets te zien wat anders ontastbaar blijft, onzichtbaar. Het is fotografie die ver gaat in het betreden van het privé-domein, op jacht naar ongeziene momenten. Als toeschouwer kijk je behalve naar een dubbelportret, ook naar de vraag wat het is om bekeken te worden, en om zó expliciet kijker te zijn. Gulzige kijker, die speurt naar sporen van wat vooraf ging. Het roept de vraag op welke macht het fotografisch beeld over het leven heeft genomen. Kunnen mensen de diepte van het bestaan nog ervaren, zonder beelden te zien of terug te zien? Zonder het leven te verdubbelen in foto's? Intussen gebeurt hier iets anders dan in de vele commerciële foto's waar de schijn van seks en intimiteit wordt omhelsd, waar het grote veinzen de hoofdrolspeler is, om te verleiden tot iets. Bij Martine Stig wordt er niet geveinsd. En als het wel gebeurt, is het om juist dat te onderstrepen of transparant te maken. Door de modellen wordt gezocht naar een houding. Ze lijken de kijker af te tasten, en allang niet meer elkaar. Het resultaat op de foto is dan ook niet fotogeniek. Eerder is het onhandig, zoekend wie of wat dat is, het publieke oog dat hen aanstaart. Ze zijn net echt. Ook de serie Bloos beweegt zich op de grens tussen wat als privé- en publieksdomein wordt ervaren. Wie bloost, die wil toch het liefst onder tafel kruipen, niet gezien worden tot hij uitgerood is. Maar in Bloos ontneemt Martine Stig haar modellen die vlucht. De meisjes op de foto zijn gekomen om te blozen. Hun ongemak voor de camera is het doel en onderwerp van de foto. En de afdrukken tonen een aantal variaties daarop. De een wat onzeker. De ander ziet er wel de humor van. De oorzaak van hun gezichtsuitdrukking wordt niet prijsgegeven. Dat moment ging, net als in After, vooraf aan de foto, ligt buiten beeld. De portretten van Martine Stig zijn altijd portretten in serie. Er verschijnt iemand die je kunt vergelijken met zijn fotografische kompanen. Het gaat daarmee niet slechts om individuen, het gaat om het spanningsveld tussen individu en groepsidentiteit. Tussen persoon en fenomeen. Gedrag, houding, pose, weerbaarheid, kwetsbaarheid, doorzichtigheid, dat zijn de kwesties die zich opdringen als de foto's naast elkaar hangen. Het gaat niet om de foto op zich, maar om het verband tussen de foto's. Om iets dat steeds hetzelfde is, en om de beeldende verschillen die er in datzelfde te zien zijn. Foto's maken de wereld plat. Ze duwen de werkelijkheid in een andere ruimte, ook al wordt die door de kijker herkend en geaccepteerd als de ruimte waarin hij zelf ook beweegt. Een afstand tussen voorgrond en achtergrond dikt in op een foto. Ver van elkaar verwijderden worden buren op het platte vlak. Foto's scheppen zo een dubbele werkelijkheid: een formele en een zogenaamd reële. Van dit gegeven maakt Martine Stig gebruik in haar serie van mensen die elkaar passeren op straat. Ze klikt op het moment dat twee voetgangers uit tegengestelde richting elkaar voor de lens passeren. Een man en een vrouw steken over en passeren elkaar op het asfalt, precies tussen twee auto's in, daarachter opent zich een straat die de dramatiek van hun ontmoeting accentueert. Een neutrale plek wordt een ontmoetingsplek. Hello bevat een serie ontmoetingen die geen ontmoetingen zijn. Dat wil zeggen, het zijn puur fotografische ontmoetingen, enerzijds louter visueel, louter beeld; anderzijds straatfotografie en daarmee de indruk wekkend echt te zijn, want waar gebeurd. In de koppige wijze waarop een foto in het moment blijft steken, gaat het beeld suggereren dat de passanten wél iets met elkaar hebben. De suggestie van een verhaal, van een betrokkenheid dient zich aan. De fotograaf speelt hier met de manier waarop beelden worden gelezen en ze maakt dat extra zichtbaar door een consequente lijn te volgen in een aantal foto's op rij. Steeds datzelfde moment, maar met andere spelers. Steeds twee mensen uit duizenden die elkaar uit tegengestelde richting passeren. Een detective zou er een aanwijzing in vinden. En de kijker wordt detective en vindt in de foto zijn verhaal. De foto liegt ons overtuigend voor, is een schijnbewijs. Hier gebeurt wat niet gebeurt. De fotograaf benut hier de formele kracht van haar medium om het leven te bevriezen. Het effect van haar focus op de passage is dat veel op de foto er gratis bij komt. Wat niet bewust als beeld gekozen is. Een muur van een postkantoor, een schutting met planten, een reclamebord dat als een tekstballon boven 'de ontmoeting' hangt. Alles gaat meewerken, maar het enige dat in scène is gezet is de keuze voor het moment om af te drukken. De rest voegt zich naar dat gegeven. Levens die elkaar kruisen. In de afwezigheid van een echt verhaal wint het mogelijke verhaal aan verbeeldingskracht. De blik van de fotograaf is die van een beschouwer, niet van een deelnemer. Ontmoetingen als in Hello neem je niet waar als je met haast naar het postkantoor loopt. Dan is er alleen de weg, het stoplicht, de openingstijden, de rij. Maar als je kijkt wie elkaar daar toevallig ontmoeten, welke toevallige groep zich daar vormt, dan is er wat anders te zien. Toont zich een andere functionaliteit. In haar tekstbijdrage aan de bundel Nabeelden, album van niet gemaakte foto's schrijft Martine Stig dat het ook zonder kan. Dat je voor een fotografisch beeld niet per se een camera nodig hebt. Het is een kwestie van kijken, van standpunt vooral. Meter naar links, meter naar rechts. En, opnieuw, van het beslissende moment. Iedereen kan fotograaf zijn, zo lijkt de suggestie. En toch kan de fotograaf dat alleen schrijven juist omdat ze zo vaak met de camera op stap is. Het vinden van een beeld dat zich losmaakt uit de realiteit is, dankzij de fotografie, deel geworden van haar alledaagse kijken. De ene uitsnede uit vele. Precies het moment dat iemand zijn ogen voor de zon verbergt. Alleen dat moment. Dat is de splijtende seconde. De rest is bijzaak. De rest wordt pas later duidelijk, als blijkt wat er nog meer op de foto staat. Dan ontstaat er een verhaal. Dan worden individuen een groep, op papier, op de foto, omdat ze hetzelfde gedrag vertonen. Zoals in de serie Men waar mannen in La Paz hun ogen beschermen tegen het zonlicht. De handen voor de ogen lijken tegelijk een reactie op de camera die zich op hen richt. Moet voorkomen dat hun blik wordt gestolen. Bolivianen die zich tegen de zon weren worden zo mensen die niet op de foto willen. Opnieuw een schijnbewijs. In New York maakte Martine Stig foto's waarop geen billboard is te zien. Een opgave, zo blijkt, want overal is reclame. Op ooghoogte is de stad ingericht om de consumerende kijker te prikkelen. Daar is visueel moeilijk aan te ontkomen. Dan moet de blik omlaag, schuin naar voren, op het trottoir, alsof je oogkleppen op hebt. Geen billboard is te zien. Als je scherp stelt op iets wat niet in beeld mag komen, dan wordt wat wel in beeld komt een toegift. Niet gepland, niet gezocht. Afgesneden mensen, veel schoenen, benen. En de straat blijkt vol tekening, pijlen, getallen en lijnen. Zo ontstaan esthetische composities die niet zo bedoeld zijn, dankzij iets dat buiten beeld blijft. Een gele vrachtauto schuift voor het reclamebord aan de overkant. Ja, nu afdrukken. Het werk van Martine Stig beweegt zich tussen fantasie en werkelijkheid. Tussen wat echt gebeurt en wat in het hoofd gebeurt. Haar werk gedijt bij het krediet dat de fotografie als registrerend medium geniet. Nog altijd is de gelijkenis haar grootste wapen. Een foto wekt nu eenmaal een betrouwbare indruk. Ooit zo gezien en genomen, dus zal wel kloppen. Maar intussen is een foto ook slechts beeldende werkelijkheid en blijkt dingen te kunnen tonen die er niet echt zijn. In haar fictieve familiealbum wendt de fotografe zich andermaal tot de fotografie als massamedium. Zij maakte een serie foto’s die iedereen maakt. De kiekjes op zondagmiddag bij een uitstapje met de familie. De lome verveling aan het water. Dit was ons uitstapje, zo vertelt de foto. Dit was Floortje toen ze zeven werd. Dit is de herinnering die we straks zullen koesteren. Dit heden maken we voor de toekomst alvast tot verleden. Dit beeld zal straks misschien helpen om te ervaren wat in het moment zelf niet kon bestaan, op afstand bleef, niet gezien kon worden. Fotografie als herinneringsalbum. Een album dat je op zolder bij de familie Jedermann vindt. Het laat afdrukken zien van mijlpalen in mensenlevens. Van groot persoonlijk belang, vooral jaren later, als het gedateerde foto's zijn geworden, vergeeld. Dan gaan de toevallige details die er niet toe doen een eigen leven leiden, een verhaal terugvertellen. Ze activeren een geschiedenis. In fotografisch opzicht zijn het alles behalve mijlpalen, want het zijn het foto's die inwisselbaar zijn. De boom in de tuin die werd vastgelegd omdat hij zo mooi bloesemt leidde niet tot een foto die mooi bloesemt. En toch blijft die foto alsmaar genomen worden. Kan een enkele foto het fenomeen fotografie vastleggen? Kan een foto van een boom iets duidelijk maken over al die andere foto's van trotse tuinen? Een enkele foto kan dat niet, maar de serie's die Martine Stig tot dusver maakte doen dat gezamenlijk wel. Het zijn foto’s over hoe mensen met camera en beeld omgaan. Hoe afbeeldingen zich losmaken uit het leven en daar later als bewijs van leven weer in terugkeren. In de seriematige aanpak ontstaan vraagtekens bij veelgenomen beelden. Of het nu gaat om een familiealbum, de toeristische blik of om de tandpastalach van de jonge 'beschikbare' vrouwen in de serie Thai-girls. De kijker ontkomt niet aan de echo van zijn eigen blik. Wat je ziet is onweerlegbaar, en toch niet per se waar of eenduidig. Een foto staat nooit op zich, zo lijkt dit werk te onderstrepen. De foto's zijn het verslag van een kijker die met zelfverzonnen opdrachten door het leven gaat. Het zijn foto's die activeren. Ze vragen niet primair om contemplatie of bewondering; ze vragen erom het kijken als activiteit op te vatten. Scheppen zin om het ook te doen. Te knippen op straat. Te knippen met je ogen. Het beslissende moment te zien. Daar op de hoek bij de brievenbus vindt een ontmoeting plaats. In het park verkleurt een boom. En achter die gevel waar het licht aangaat werd net nog de liefde bedreven. |
| . << back |